Geaccepteerd en CMV-negatief bevonden

Het is na mijn eerste blogpost natuurlijk geen verrassing meer, maar de intake pakte dus goed uit en een kleine twee weken later kreeg ik een telefoontje met de boodschap dat ik geaccepteerd was als spermadonor.

Vanaf deze week ga ik elke maand doneren. Dit zal ik doen zolang het kan, dus waarschijnlijk totdat er een maximaal aantal kindjes met mijn zaad verwekt is. Het kan natuurlijk zo zijn dat bij een tussentijdse test blijkt dat mijn sperma niet meer genoeg kwaliteit heeft, dat mijn risicoprofiel niet meer past, of dat ik een aandoening heb opgedaan die mij niet meer tot goede spermadonor maakt. Ik ben echter nog jong en mijn risicoprofiel is niets om spannende onder-in-het-tijdschriftenrek-van-de-supermarkt-boekjes over te schrijven. Ik ben geenszins van plan dat te veranderen, maar ik vermoed dat een wijziging op dat vlak dit wellicht tot een wat spannender weblog zou maken en ook aanzienlijk meer bezoekers oplevert. Desalniettemin ga ik het toch zo houden :-).

Alhoewel ik dus geaccepteerd ben, ga ik zeker door met deze weblog. Er is namelijk nog ontzettend veel te vertellen over dit onderwerp.
Ik kan zo voor de vuist weg talloze interessante vragen verzinnen die ik graag wil beantwoorden:

  • Waarom zijn er nu zo enorm weinig spermadonoren in Nederland en is dit eigenlijk op te lossen?
  • Waarom verkiezen veel spermadonoren het doneren via internet in plaats van het doneren via een spermabank zoals ik doe?
  • Is het waar dat in de gehele mensheid de spermakwaliteit achteruit loopt?
  • Wat kan je überhaupt doen om je spermakwaliteit te verbeteren?
  • Wat is de geschiedenis van donorsperma?
  • Wie verzint hoe een masturbatorium (excuus, het “kamertje”) in een spermabank is ingericht?
  • Zijn er betere manieren om sperma te verkrijgen dan door jezelf af te trekken en het resultaat in een containertje te mikken?

Om zowel het cliché alsmede taboes niet uit de weg te gaan, wil ik deze en nog vele andere onderwerpen de revue laten passeren. Hiervoor wil ik gaan kijken in het wetenschappelijk onderzoek dat naar de menselijke voortplanting is gedaan. Het zou je wellicht verbazen, maar er zijn echt een hoop sappige spermaweetjes en het lijkt me erg leuk om die op te diepen.

Maar goed, tot zover mijn toekomstplannen met deze blog. Tijdens het telefoontje dat ik kreeg waarin ik hoorde dat ik geaccepteerd was, kreeg ik ook te horen dat ik CMV-negatief ben. Ik had geen flauw idee waar dit over ging en had net voorgenomen dit feitje te archiveren onder het kopje drieletterige-afkortingen-waar-je-zonder-kunt, toen de mevrouw aan de lijn me uitlegde dat ze relatief weinig donoren hadden die CMV-negatief zijn en dat ze daarom extra blij zijn met mij. Aangezien dit mijn hey-ik-ben-bijzonder knopje kietelde vroeg ik wat dit precies was.
CMV is een virus van de herpesfamilie. En als je het eenmaal hebt opgedaan, blijft het rondhangen als een scheet in een lift. Belangrijker nog kan het – als de man het heeft en de vrouw niet – bij een ongeboren kind afwijkingen of zelfs een miskraam veroorzaken. Het is dus uitermate belangrijk dat het donorsperma op basis van de CMV-negativiteit worden gematched. Als er bij de vrouw antilichamen tegen CMV worden gevonden dan kan het geen kwaad dat ze donorzaad krijgt van een positieve man. Ze is hier dan immers tegen beschermd.

Dat het Cytomegalovirus – om het beestje bij de naam te noemen – , in sperma kan worden overgedragen werd al in de jaren zeventig aangetoond. Naast spermadonatie is het ook bij orgaandonaties erg belangrijk dat er met CMV rekening wordt gehouden.

Zoals gezegd is het virus onderdeel van de herpesfamilie en dat deed wel belletjes bij mij rinkelen. Toen mijn oudste dochter een baby was, werd me op het hart gedrukt dat ik moest opletten met koortslippig mensvolk en dat ze zeker niet te dicht in de buurt van haar moesten komen. Dit zou namelijk hersenvliesontsteking en andere hersentechnische narigheid kunnen veroorzaken. Dus wat dat betreft had het herpesvirus al geen goede naam bij mij. Voordat ik kinderen kreeg was mijn enige associatie met herpes de vrij alarmistische seksuele voorlichting op mijn middelbare school. Ik dacht ook dat herpes gewoon één van de soa’s was, maar naast de Herpes Genitalis blijkt het een hele uitgebreide familie.
Weer wat geleerd dus :-).

Deze week ga ik dus voor het eerst doneren, maar dit zaad kunnen ze pas na een half jaar gebruiken. Dit komt doordat ze supervoorzichtig zijn bij de fertiliteitskliniek. Alhoewel ik dus soa-vrij ben en verder cool en oké bevonden, zou het maar zo kunnen dat ik sinds mijn laatste test één of andere seksueel overdraagbare narigheid heb opgedaan. Precies om die reden gebruiken ze mijn sperma pas als ik nogmaals getest ben. Dit doen ze eens in het halfjaar en op die manier kunnen ze veilig aannemen dat mijn sperma dat ik eerder gedoneerd heb ook daadwerkelijk bruikbaar is. Ik vermoed dat daar ook het risicoprofiel dat ze opstellen om de hoek komt kijken. Het kost namelijk een hoop geld om een halfjaar aan donaties netjes te verwerken en in te vriezen. Als je tijdens je intake hebt aangegeven dat je in je vrije tijd het liefste swingt zonder jasje dan maakt dit de kans nogal groot dat je sperma en alle bijbehorende bezigheden na een half jaar nutteloos blijken. Naast dit feit is zo’n dubbelcheck natuurlijk onontbeerlijk, en dit is een typisch voorbeeld van een verschil met sperma uit het “grijze circuit”. Hier zal ik later nog een keertje een blogpost aan wijden.

Na een half jaar aan donaties heb ik ook een gesprek met de embryoloog. Hier kan ik dan aangeven hoeveel kinderen ik maximaal wil laten verwekken met mijn zaad. Aangezien spermadonoren vanaf 2004 niet meer anoniem zijn kunnen de kinderen me vanaf hun zestiende levensjaar komen opzoeken. Sommige donoren kiezen er mede daarom voor om het aantal kinderen te beperken, maar dat vind ik niet nodig. Het wettelijk maximum is wat mij betreft prima.
Als het zover is, zal ik er wel een blogpost aan wijden en ook vertellen hoe het opstellen van het zogenaamde donorpaspoort in z’n werk gaat.

Ik zal ook kijken of ik – voor de nieuwsgierige aagjes – nog wat betere fotootjes van het productiekamertje kan maken. Die zullen dan ook tzt hier verschijnen.

Don’t touch that dial! 🙂

Advertenties

De intake

Om te kijken of ik geschikt ben als spermadonor moest ik naar een intake bij Isala. Dit houdt in dat ze je urine, bloed en sperma onderzoeken en dat ze kijken naar je medische en seksuele verleden en willen weten of er nog erfelijke ziektes in je familie zitten.

Ik kwam te vroeg aan bij Isala in Zwolle en dat kwam goed uit, want aangezien het bezoekuur was moest ik aardig wat rondjes omhoog rijden in de parkeergarage voordat ik mijn vervoermiddel kon parkeren. Ik maakte alvast een mentale notitie dat ik in het vervolg, – als ik daadwerkelijk donor zou worden – met de trein en bus zou gaan, aangezien dat een stuk ontspannender is.

In ieder geval had ik nog ruim de tijd om een ponskaartje te laten maken bij de patiëntadministratie. Alhoewel me dat niet gevraagd was had ik zo’n donkerbruin vermoeden dat ze die wel graag zouden willen, want zo’n kaartje is in ziekenhuizen zo comme il faut als het tijdens dancefeesten ooit was om rond te lopen met een fluitje of lollie in je mond.

Ik was nog nooit in Isala geweest, maar alles was vlot gevonden en geregeld en met mijn tamelijk sobere ponskaartje op zak ging ik naar het fertiliteitscentrum. Deze bleek op de tweede verdieping van een gebouw te zitten dat luistert naar de weinig prozaïsche, maar desalniettemin duidelijke aanduiding: “B”.

Hier werd ik vriendelijk verzocht nog even plaats te nemen in de wachtruimte, alwaar ik onder het genot van (naar ik meen) radio Oost wat doelloos tussen de tijdschriften keek en het me opviel dat mijn Blackberry verstoken was van enige vorm van contact met de buitenwereld.

Toen ik aan de beurt was, werd ik te woord gestaan door een uiterst vriendelijke arts. In het intakegesprek dat volgde werd ik onderworpen aan een vrij uitgebreide vragenlijst. Niet alleen mijn medische en seksuele voorgeschiedenis kwam aan bod, maar ook werden er algemene vragen gesteld over drugsgebruik, roken en alcohol. Deze waren allemaal vrij eenvoudig te beantwoorden, want wat genotsmiddelen betreft leid ik al jaren het leven van een straight-edger. Iets wat de spermakwaliteit, naar ik vernomen heb, alleen maar ten goede komt.
Iets ingewikkelder waren de vragen over erfelijke ziektes en de vragen in de trant van “heeft een familielied van jou ooit aandoening X gehad”.  Mijn ouders komen beide uit grote katholieke gezinnen, dus dat vergde wat gegraaf in mijn geheugen, maar leverde verder geen bezwaarlijke feiten op voor mijn aanstaand spermadonorschap.

Na het intakegesprek moest ik naar het laboratorium, om daar – nadat ik nog een vragenlijst had ingevuld over mijn recente ziektes en seksuele escapades – een tweetal containertjes in ontvangst te nemen. Eén voor de sperma, en één voor de urine.
Het was eigenlijk de bedoeling dat ik eerst mijn “donatie” zou doen, zoals dat afgewisseld met het uiterst concrete “procedure” genoemd werd, maar aangezien mij aan de telefoon verzocht was om bij aankomst niet te plassen, ging ik toch maar eerst even bloed laten afnemen en een urine sample achterlaten.

Voor het tappen van beide lichaamssappen moest ik naar het gebouw aan de overkant, dat werd aangeduid door een schreefloos kapitaal “A”.
Het bloedprikken was hier zo gepiept, wat mij doet vermoeden dat ook als ik een geheel ander pad dan dat van de straight-edger had gekozen, het vinden van een geschikte ader in ieder geval nooit een probleem was geweest.
Het afleveren van de urinestaal was bijzonder welkom, en die kon ik handigerwijs achterlaten in een daarvoor bestemd kastje in de toiletten.

Toen dit achter de rug was kon ik met een op mijn linkerarm nog ietwat plakkerig aanvoelend watje terug naar het gebouw B.
Hier had ik nog even een kort gesprekje met de laborant, en zij wees mij vervolgens de masturbatoria aan. Dit was geenszins het woord dat zij gebruikte. Evenmin vermoed ik dat daar ooit het woord aftrekhokje gebruikt is, zoals het op sommige fora op het web wel genoemd wordt. Wat de precieze eufemistische aanduiding was die de deurbordjes siert, is me ontschoten, maar in ieder geval waren er twee “kamertjes”. Een mét en eentje zonder raam (ik koos die met raam).

“Het kamertje”, zoals hij nu in mijn hoofd heet, is vrij sober. Naast een makkelijk af te nemen bankje en stoel hing er een televisie met ingebouwde Dvd-speler, was er een wasbak, rolkarretje met doekjes en dergelijke, een wasmand met een flinke verzameling funky doekjes en een klein ladekastje met stimulerende lectuur. Wat me hieraan opviel was dat ze ook aan de homo- en biseksuelen hebben gedacht, wat natuurlijk een goede zaak is.
De jaloezieën waren gesloten, maar het raam stond wel een beetje open wat me een goed plan lijkt met het oog op de eerder opgemerkte funky doekjes. Aan de muur hing verder een geheel en al niet aanstootgevend stilistisch naakt wat zelfs in het gemiddelde familiebungalowpark nog prima in de woonkamer had kunnen hangen.

Dit is het punt waarop de camera zich afwendt, de gordijnen even sluiten en we ons een aantal ogenblikken later weer buiten “het kamertje” bevinden. Met een warme, voorheen steriele specimencontainer in mijn hand loop ik terug naar het lab alwaar ik de productie, de staal, het specimen, ejaculaat, of kortweg kwakje overhandig en dit vlot wordt opgepikt door de laborant om ingevroren te worden zodat later na ontdooiing bekeken kan worden hoe na deze massaslachting de survival-rate van mijn zaadjes eruit ziet.

Hiermee was de intake afgelopen en ging ik weer terug naar huis met een positief gevoel. Iedereen was uiterst vriendelijk en ik kon aan alles merken dat potentiële nieuwe donoren bijzonder gewenst zijn.
Twee weken later, zo werd mij beloofd, zou ik de uitslag krijgen en horen of ik een geschikte spermadonor ben.

Voor de nieuwsgierige aagjes heb ik met mijn mobieltje ook nog wat pixelige fotootjes gemaakt van “het kamertje”:

Doneren of steriliseren?

De flauwe woordspeling in de titel is waar, want dit was de keus waar ik voor stond. Zou ik me laten steriliseren of spermadonor worden? Ik heb twee geweldige dochters en zo is onze kinderschare groot genoeg. De laatste kwam niet als vanzelf en na een jaar proberen hebben we zelf ook laten uitzoeken waarom het zo lang duurde. Opeens kon ik dus ervaren hoe het was om heel graag nog een kind te willen zonder dat dit automatisch ging. De “belofte” op de middelbare school dat je een willekeurig meisje zekerlijk en binnen no-time zou bezwangeren als je niet de benodigde voorbehoedsmiddelen zou gebruiken, bleek niet meer waar. Mijn eerste dochter kwam als vanzelf, maar toen we twee jaar later een tweede wilden bleek dit in het verleden behaalde resultaat geen garantie voor de toekomst.

Allerhande onderzoeken volgden die eigenlijk alleen voor mijn vrouw vervelend waren. Wat dat betreft treffen mannen het toch wel ontzettend goed. Niemand heeft mij gevraagd een soort van metalen vooroorlogs instrumentarium in te brengen, slijm af te nemen met een enorme spuit of andere genante en vervelende onderzoeken. In plaats daarvan hoefde ik slechts op een afgesproken moment een kwakje te doneren, zodat ze konden onderzoeken hoe vruchtbaar ik was. Wat mij betreft is het wellicht handiger om de gehele rataplan aan onderzoeken daarmee te beginnen, zodat je dan wellicht zonder al teveel gedoe de oorzaak eenvoudig bij de staart hebt.

Maar goed, mijn sperma bleek wat verminderd vruchtbaar, maar niet geheel onvruchtbaar en uiteindelijk is mijn vrouw tussen de verschillende afspraken in zwanger geworden. Hierna besloten we ook dat twee dochters genoeg is, en prijzen we ons gelukkig dat het uiteindelijk toch vanzelf ging.

Alhoewel ik de frustratie niet ken van het jarenlang ongewenst niet een kind kunnen krijgen, heb ik dus wel een idee hoe het is als het niet vanzelf gaat en dit een tijdje duurt. Ik kan me dus een beetje voorstellen hoe vreselijk dit moet zijn voor mensen die dit jarenlang proberen en vaak niet eens al een kind hebben wat het leed kan verzachten.

Ik had het met mijn vrouw wel vaker gehad over spermadonatie en dat dit zo goed is en het leek me een puik plan om zelf nog eens donor te worden. Na het eerdergenoemde onderzoek dacht ik echter dat dit van de baan was, want ze wilden vast alleen zeer vruchtbare mannen, meende ik.
Toen ik er dus over na ging denken om me, vanwege het gemak, te laten steriliseren was het slechts een impulsief telefoontje naar het fertiliteitscentrum Isala dat me hiervan weerhield. Ik had het er met mijn vrouw kort over gehad en het leek toch een goed idee om te bellen.

De mijnheer aan de telefoon was erg duidelijk. Ze wilden erg graag zelf mijn sperma onderzoeken, want de spermakwaliteit is niet altijd gelijk en bovendien bleek mijn transportwijze niet optimaal (op de fiets in mijn broekzak). Het zou dus zomaar kunnen zijn dat ik alsnog geschikt zou blijken om spermadonor te worden. Daarom besloot ik een afspraak te maken voor een intake. Hier zouden ze mijn medische- en seksuele voorgeschiedenis en eventuele familiekwalen doorspreken en mijn bloed, urine en sperma onderzocht worden. De vraag was alleen dat ik twee dagen voor de intake geen seks mocht hebben en tevens de hand niet aan mezelf mocht slaan, onaneren, de paus pesten of welk ander eufemisme voor masturbatie dat je kunt verzinnen :).

In een volgende post zal ik vertellen hoe de intake verliep.